Die lege kamer is niet perse leeg
Twee kinderen vertrekken en ineens zijn er twee kamers ‘over’. Tenminste, in theorie. In het dagelijks leven kan diezelfde ruimte iets heel anders zijn geworden.
#022
Een interessant cijfer uit nieuw CBS-onderzoek: mensen die na het overlijden van hun laatste ouder minimaal €50.000 erven, verhuizen vaker en degenen die verhuizen komen relatief vaak in een grotere woning terecht. Onder deze verhuizers steeg het aandeel dat in minimaal 150 vierkante meter woonde van 27 naar 46 procent. (Taxence)
Ik bleef vooral hangen bij wat zo’n cijfer blootlegt over de manier waarop we ruimte proberen te begrijpen. We zijn heel goed geworden in het tellen van ruimte. Aantal slaapkamers, huishoudgrootte, bezettingsgraad. Twee kinderen vertrekken en ineens zijn er twee kamers ‘over’. Vanuit de cijfers bezien is dat volkomen logisch. Alleen heeft die kamer inmiddels wellicht allang een andere functie.
Er wordt gewerkt, geslapen, geschilderd, gestreken, gelogeerd, opgeslagen, gebouwd, gelezen of simpelweg een deur dichtgetrokken omdat twee mensen die al dertig jaar samenwonen soms ook graag alleen zijn. Juist na die kinderen ontdekken deze mensen juist wat zij ook alweer leuk vinden, en daar kunnen hele verrassende dingen uitkomen, waar ruimte voor nodig is.
Daarmee verandert de betekenis van ruimte, terwijl de categorie hetzelfde blijft.
Een slaapkamer blijft in de data een slaapkamer, ook wanneer er al vier jaar niemand meer structureel slaapt. Een tuin blijft een buitenruimte, ongeacht of iemand er drie keer per jaar zit of er iedere ochtend om zeven uur begint. En een huis kan te groot zijn terwijl vrijwel iedere meter onderdeel is geworden van een dagelijks patroon.
Het CBS-onderzoek vertelt ons niet waarom deze mensen groter gingen wonen en daar zou ik dus ook geen behoefte uit afleiden. Wat het wel interessant maakt, is dat er op het moment dat een financiële beperking verandert ander woongedrag zichtbaar wordt. (Taxence)
Daar zit wat mij betreft een vraag die veel verder reikt dan seniorenhuisvesting.
Hoeveel van wat wij ‘behoefte’ noemen is werkelijk behoefte, en hoeveel is gedrag binnen de mogelijkheden die iemand op dat moment heeft?
Dat onderscheid is relevant voor iedereen die woningen, hotels, werkplekken, winkels of andere omgevingen ontwerpt. Een plattegrond laat zien welke functie een ruimte ooit heeft gekregen, maar de bewoner vertelt met gedrag waar die ruimte inmiddels voor dient. En ik zou vaker naar dat tweede kijken.
lees het artikel op BNR: https://www.bnr.nl/nieuws/bouw-infrastructuur/10611392/kinderen-de-deur-uit-dan-gaan-we-niet-kleiner-maar-juist-groter-wonen